Er groeide eens een ananas in Nederland

Het Mauritshuis in Den Haag bestaat 200 jaar en viert dat met de expo ‘In volle bloei’. De tentoonstelling is gewijd aan bloemstillevens en botanische tekeningen. Ik maak er kennis met Agnes Block, een vooraanstaande vrouw uit de 17e eeuw, die zich in Amsterdamse intellectuele kringen van botanici en kunstenaars ophield. In het landelijke Vecht hield ze er een eigen kweektuin op na, de Vijverhof. Ze ruilde zaden en plantgoed, onderzocht ze en liet ze door kunstenaars in verschillende stadia optekenen en naschilderen.

Jan Weenix, Portret van Agnes Block en Sybrand de Flines, met twee kinderen, 1696, olieverf op doek, 84 x 111 cm, Amsterdam Museum, Amsterdam.

Het schilderij van Jan Weenix uit 1696 toont een familieportret van Agnes Block, haar (tweede) echtgenoot Sybrand de Flines en twee kinderen, vermoedelijk haar stiefkleinkinderen. Niet zozeer de geportretteerden of de verschillende bloemen, hondjes en vogels (Agnes hield ook een volière met tal van exotische vogels), maar wel de kleine ananasplant linksonder eist mijn aandacht op.

Agnes Block was de eerste die in 1687 succesvol een ananas in Europa, op Nederlands grondgebied, wist te kweken tot een volmaakte smakelijke vrucht. Het exemplaar van Zuid-Amerikaanse afkomst, had veel te danken aan haar zorgvuldige toewijding, maar nog meer aan de uitvinding van de serre. De Vijverhof had een grote oranjerie op het terrein staan, waarin exotische planten konden gedijen. Het kweken en verzamelen van exotische planten had vooral wetenschappelijke doeleinden, én het verhoogde de status van de kweker aanzienlijk. Winstgevend zou het nooit worden in het koude Nederlandse klimaat.

J. Boskam, zilveren munt met het portret van Agnes Block (rechts) en personificatie van Agnes Block als Flora Batavia (links) met de ananas en cactusplant rechtsonder, tuintje en oranjerie op de achtergrond, 1700, Centraal Museum, Utrecht.

Eén van de kunstenaars die een poos op de Vijverhof in Vecht verbleef, was niemand minder dan de befaamde Maria Sybilla Merian. Zij had er ongetwijfeld vooral oog voor de collectie opgespelde vlinders en andere vliegende insecten die Block verzamelde. In de tentoonstelling In volle bloei zijn enkele van haar tekeningen te zien, waarvan eentje – toeval of niet – een onrijpe ananas afbeeldt, afkomstig uit haar befaamde Metamorphosis Insectorum Surinamensium, gepubliceerd in 1705.

Merian was van kinds af aan door rupsen en hun transformatieproces tot vlinders begeesterd. Haar moeder handelde in zijde en had zodoende zijderupsen in huis, dat heeft ongetwijfeld haar interesse aangewakkerd. In Amsterdam kwam Merian in contact met diezelfde kring vaan botanische wetenschappers, liefhebbers en kunstenaars en kreeg ze de kans om verschillende rariteitenkabinetten te bezoeken waar gedroogde uitheemse insecten te zien waren. Maar Merian wilde meer. Ze wilde weten hoe de ‘beesjes’ zich ontwikkelden en ondernam met haar jongste dochter een risicovolle reis naar en doorheen de Surinaamse jungle. Haar boek opent met twee platen van de ananasplant, ‘zijnde de voornaamste aller eetbare vruchten’.

Het Midden-Amerikaanse Suriname was op dat moment een Nederlandse kolonie (sinds 1667). Voor een hedendaagse lezer is het wat wrang om af en toe in de notities van Merian ‘mijn Indiaan‘ te lezen. Slavernij werd er pas in 1863 afgeschaft. Merian liet zich in elk geval bijstaan door de inheemse bevolking om haar wegwijs te maken in de jungle, haar op de verschillende insecten te wijzen en vooral ook op hoe je hun voedingsplanten kan kweken. Zo beschrijft Merian bij deze platen van de ananas niet alleen hoe die smaakt (als of men druiven, appricosen, aalbesien, appel en peeren onder een gemengt hadden, die men alle te gelyk daar in proeft), hoe je de vrucht moet eten (verwijder de schil dik genoeg, want die kan de tong veel pijn veroorzaken), maar ook hoe je de uitschietende spruiten van de kroon zo weer kan planten en binnen de zes maanden een nieuwe rijpe ananas mag verwachten. Merian gebruikt in haar boek trouwens de benamingen die door de inheemse bevolking worden gegeven. ‘Ananas’ betekent in het Tupi (taal van de Tupi-indianen) uitmuntende vrucht. Dit in tegenstelling tot de Spaanse benaming piña of de Engelse pineapple.

Een uitmuntende vrucht, dat vinden niet alleen mensen, maar ook de beesjes die Merian bestudeerde. Op de linkerplaat wemelt het van de kakkerlakken in de verschillende levensstadia, van zaad tot het grote gevleugelde exemplaar. Ze omschrijft het diertje als de bekendste alle insecten in America, wegens de groote schade en ongemakken, die zij allen Inwoonderen aandoen. Op de afbeelding rechts geeft ze de transformatie van een rups weer die ze op een rijpe ananas vond en die zich in een periode van 18 dagen ontpopte tot een vlinder.

Anna Ruysch, Bosgrond met bloemen, olieverf op doek, 48 x 36 cm, Privécollectie
Anna Ruysch was de jongere zus van de welbekende Rachel Ruysch, van wie een bloemstilleven in de permanente collectie van Mauritshuis te bewonderen is. Van Anna Ruysch zijn slechts enkele werken bekend.

In de tentoonstelling in het Mauritshuis komen we wel meer insecten en andere kleine diertjes tegen, zoals op dit mooie werkje van Anna Ruysch. Wie tijd neemt en goed kijkt naar de bloemstillevens, ontdekt er een hele wereld aan torretjes, libellen, vlinders, wormpjes, rupsen, oorkruipers, bijen, hagedissen en slakken. Deze ‘stille’ boeketten en bosgrondjes zijn zo tegelijk uitbundige vieringen van al die kleine wezentjes die onze natuur bevolken.

De tentoonstelling In volle bloei is nog tot en met 6 juni 2022 te bezoeken in het Mauritshuis, Den Haag.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: